Arbeidsvoorwaarden

arbeidsvoorwaarden_Pixabay

Foto: Pixabay

Uiterlijk op 1 augustus 2022 moet Nederland de richtlijn2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden (hierna: ‘de richtlijn’) hebben geïmplementeerd. Deze is in het leven geroepen om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren en minimumrechten aan elke werknemer in de Europese Unie te geven.

Een belangrijk onderdeel van de richtlijn is de scholingsplicht. Op dit moment bestaat al een dergelijke verplichting in Nederland, die inhoudt dat de werkgever de werknemer in staat moet stellen om scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn/haar functie. Ook geldt deze verplichting als de functie van de werknemer komt te vervallen of wanneer hij/zij niet langer in staat is deze te vervullen.
Het gevolg van de implementatie van de richtlijn zal zijn dat de bestaande wettelijke scholingsplicht moet worden aangepast. Deze aanpassing heeft mogelijk gevolgen voor werkgevers en werknemers. Om aan de richtlijn te voldoen, moeten wellicht cao’s en arbeidsovereenkomsten worden aangepast.

Dit zal naar verwachting van invloed zijn op zogenaamde ‘studiekostenbedingen’. Dit is een schriftelijke afspraak waarin vastgelegd is dat de werknemer na het afronden van de (noodzakelijke) opleiding en/of cursus nog voor minimaal een bepaalde tijd in dienst blijft bij de werkgever. Wanneer de werknemer eerder uit dienst treedt, betaalt de werknemer (een deel van) de studiekosten aan de werkgever terug. Naarmate de werknemer langer in dienst blijft, wordt deze terugbetaling geleidelijk afgebouwd. Een studiekostenbeding is juridisch gezien toegestaan, mits het aan de wettelijke vereisten voldoet.
In artikel 13 van de richtlijn staat opgenomen dat de lidstaten er voor moeten zorgen dat wanneer een werkgever op grond van het Unierecht, het nationale recht of de collectieve arbeidsovereenkomsten, verplicht is een werknemer opleiding te verstrekken voor het uitvoeren van het werk waarvoor hij of zij in dienst is, deze opleiding kosteloos aan de werknemer wordt verstrekt.

Wanneer de richtlijn wordt geïmplementeerd, zal het waarschijnlijk vanaf dat moment niet meer zijn toegestaan om een studiekostenbeding overeen te komen voor verplichte opleidingen en/of cursussen c.q. om de hieruit verkregen kennis van de werknemer via een studiekostenbeding vast te houden. Indien de werknemer na het afronden van de verplichte scholing ervoor kiest om te vertrekken, mag de werkgever de gemaakte opleidingskosten niet op de werknemer verhalen.

Omdat nog niet duidelijk is hoe de wet er precies uit komt te zien en hoe er wordt omgegaan met bestaande gevallen, zal er hoogstwaarschijnlijk een overgangsperiode worden vastgesteld. Hoe die wordt vormgegeven, is op dit moment evenmin bekend.

Informeer bij uw adviseur of hij u kan begeleiden bij het opstellen van een studiekostenbeding dan wel andere arbeidsrechtelijke vraagstukken. 

Logo Smit en smit advocaten_Klein
Smit en Smit Advocaten
Bezoekadres: Prins Bernhardlaan 16, 1131 CH Volendam
Postadres: Postbus 108, 130 AC Volendam
Mr. C.M. (Kees) Smit
Tel. +31 (0)6 20 13 86 69
Mr. J.J.M. (Jack) Smit
Tel. +31 (0)6 20 14 24 49
www.smitensmitadvocaten.nl
info@smitensmitadvocaten.nl

Dossiers
Lees ook
Ontslag wegens schending hygiëneregels niet geldig

Ontslag wegens schending hygiëneregels niet geldig

Een werknemer van een Indonesisch restaurant is op staande voet ontslagen omdat hij door de werkgever verantwoordelijk wordt gehouden voor door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (‘NVWA’) geconstateerde overtredingen op het gebied van hygiëne en voedselveiligheid. De rechter is het daar niet mee eens.

Pizza-incident kost drie medewerkers hun baan

Pizza-incident kost drie medewerkers hun baan

Drie medewerkers van Penitentiaire Inrichting De Schie in Rotterdam zijn ontslagen. Het gerechtshof Den Haag heeft op 29 juni 2021 in hoger beroep uitspraak gedaan in drie zaken tegen deze medewerkers.

De onderneming en beperkte gemeenschap van goederen

De onderneming en beperkte gemeenschap van goederen

Met ingang van 1 januari 2018 is het huwelijksgoederenregime ingrijpend veranderd. Indien u vóór 1 januari 2018 in het huwelijksbootje bent gestapt, geldt de algehele wettelijke gemeenschap van goederen. Zo valt bij ondernemers ook de eigen zaak na het huwelijk in de gemeenschap.