Minder slagerijen en hoger vleesprijzen

14 juli 2026 Ron Duijkers Peter Roek
De Nederlandse slagersbranche is opnieuw kleiner geworden. Volgens de nieuwste cijfers telt Nederland in 2026 nog 1.980 slagerijen. Daarmee is het aantal vestigingen sinds 2007 met ruim een kwart afgenomen. Negentien jaar geleden waren nog 2.695 slagers actief. De daling zet sindsdien vrijwel onafgebroken door, al was in enkele jaren sprake van tijdelijke stabilisatie.

Vooral de recente ontwikkeling valt op. In 2021 telde Nederland nog 2.090 slagerijen. Dat aantal daalde in 2023 naar 2.035 vestigingen. In 2024 was kort sprake van een licht herstel tot 2.055 bedrijven, maar in 2025 zakte het aantal opnieuw terug naar 1.980. Ook in 2026 blijft de teller op dat niveau staan.

Grote verschillen

De provinciale verschillen zijn groot. Zuid-Holland telt met 385 vestigingen nog altijd de meeste slagerijen van het land. In 2007 waren dat er echter nog 560. Noord-Holland volgt met 365 vestigingen, tegenover 515 in 2007. Ook Noord-Brabant kende een flinke terugloop: van 360 slagerijen in 2007 naar 300 in 2026. Limburg zag het aantal slagerijen in dezelfde periode bijna halveren, van 240 naar 130 vestigingen. In Gelderland liep het aantal slagerijen terug van 280 in 2007 naar 215 in 2026. Utrecht daalde van 175 naar 155 vestigingen. De kleinste aantallen zijn nog altijd te vinden in Flevoland en Zeeland, respectievelijk 35 en 55 slagerijen in 2026. Groningen blijft de laatste jaren relatief stabiel rond de 70 tot 75 vestigingen. Ook Friesland, met 90 slagerijen, en Drenthe met 60 vestigingen in 2026, laten weinig verandering zien.

Stijging vleesprijzen

Niet alleen het aantal slagerswinkels valt op. Ook de ontwikkeling van de vleesprijzen springt in het oog. Vooral in 2022 en sinds vorig jaar stijgen vleesprijzen veel harder dan de algemene inflatie én harder dan de gemiddelde prijsontwikkeling van de voedingsmiddelen. In 2022 kwam de totale inflatie uit op 10 procent. Voedingsmiddelen werden gemiddeld 10,8 procent duurder, terwijl vleesprijzen met 15 procent stegen. Rundvlees liet zelfs een prijsstijging van 19,2 procent zien. Ook varkensvlees (+12,5 procent), gedroogd en gezouten vlees (+9,5 procent) en vleesbereidingen (+13,8 procent) werden fors duurder.

Nieuwe prijsversnelling in 2025

Na een gematigder 2024 volgde in 2025 opnieuw een duidelijke prijsversnelling. De totale inflatie bedroeg vorig jaar 3,2 procent. Het totale pakket voedingsmiddelen steeg met 3,5 procent, terwijl vlees gemiddeld 11,3 procent duurder werd. Vooral rundvlees viel opnieuw op met een prijsstijging van 23 procent. Varkensvlees steeg met 6 procent en vleesbereidingen met 6,6 procent.

Vlees blijft duurder worden

Ook de meest recente cijfers over 2026 laten zien dat vleesprijzen hoog blijven. In de eerste drie maanden van het jaar lagen de prijsstijgingen tussen de 10 en 11,3 procent. In maart 2026 bedroeg de totale inflatie 2,7 procent en stegen voedingsmiddelen gemiddeld met 1,7 procent. De prijs van vlees lag in maart echter nog altijd 10 procent hoger dan een jaar eerder. Rundvlees noteerde opnieuw de sterkste stijging, met bijna 19 procent. Ook varkensvlees (+2,5 procent) en vleesbereidingen (+5,1 procent) werden verder duurder. Daarmee ontwikkelt vlees zich inmiddels duidelijk anders dan de rest van het boodschappenpakket. Terwijl de algemene inflatie en de prijsontwikkeling van voedingsmiddelen redelijk stabiel blijven, lopen vleesprijzen relatief sterk op.

 

Dit artikel hoort bij Vleesmagazine | editie 4-2026. Het thema van dit nummer is Rund. Abonnees kunnen alle artikelen ook online lezen. Nog geen abonnee? Sluit dan een abonnement af.

Ga naar editie