Een doordachte inrichting vormt de basis voor voedselveilig werken

3 juni 2026 Roos de Vos Hygiënecode

 

De inrichting van een slagerij speelt een belangrijke rol bij het waarborgen van voedselveiligheid. Naast de bekende voorschriften bevat, volgens Houwers, de Hygiënecode voor het Slagers- en Poeliersbedrijf ook een aantal minder opvallende eisen die bijdragen aan een veilige werkomgeving en betrouwbare producten. 

Ook de minder bekende eisen in de Hygiënecode voor slagers en poeliers zijn belangrijk. Houwers zet vier van de minder bekende eisen op een rijtje en licht ze toe.

De juiste verlichting ondersteunt voedselveiligheid

Verlichting is meer dan een praktische voorziening. Voldoende licht maakt het mogelijk om producten zorgvuldig te verwerken en helpt bij het beoordelen van de kwaliteit en versheid van vlees en vleeswaren.

Niet alleen de lichtsterkte is van belang, maar ook factoren zoals de plaatsing van armaturen, de afstand tot de werkplek en de invloed van reflecterende oppervlakken. De Hygiënecode noemt hiervoor de volgende richtwaarden:

  • 300 lux in publieksruimten;
  • 500 tot 600 lux in gekoelde verkooptoonbanken en wandmeubels;
  • 600 tot 800 lux in ongekoelde verkoopruimten;
  • 700 lux op werkplekken.

Ledbuislampen met een warme lichtkleur zijn vaak een geschikte keuze vanwege hun goede kleurweergave en beperkte warmteontwikkeling. Daarnaast moeten lichtarmaturen stevig bevestigd zijn of voorzien zijn van bescherming, zodat bij beschadiging geen glas- of metaaldeeltjes in levensmiddelen terecht kunnen komen.

Een toilet mag niet direct grenzen aan productieruimten

Om besmetting via luchtstromen te voorkomen, mag een toilet niet rechtstreeks uitkomen in een ruimte waar levensmiddelen worden bereid, verwerkt of verkocht. De Hygiënecode onderscheidt daarbij schone en vuile ruimten. Een toilet wordt beschouwd als een vuile ruimte, terwijl productie- en verkoopruimten schoon moeten blijven. Daarom is tussen het toilet en deze ruimten altijd een afzonderlijke tussenruimte vereist, zoals een gang, sluis of handwasruimte. In deze tussenruimte mogen geen levensmiddelen aanwezig zijn.

Koper hoort niet thuis in apparatuur en gereedschap

De Hygiënecode stelt eisen aan zowel de reinigbaarheid als de materiaalkeuze van apparatuur en gereedschap.

Hoewel koper tegenwoordig nauwelijks nog wordt toegepast in slagerijapparatuur, verbiedt de Hygiënecode het gebruik van koperen onderdelen die in contact kunnen komen met levensmiddelen. Koper kan namelijk vanuit apparatuur in vlees terechtkomen. Omdat vlees van nature al kleine hoeveelheden koper bevat, moet extra opname worden voorkomen. Een langdurig te hoge koperinname kan namelijk schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid.

Zorg voor de juiste luchtstromen

Bij mechanische ventilatie moet de lucht altijd van schone naar minder schone ruimten stromen. In de praktijk betekent dit dat verse lucht wordt toegevoerd aan productie- en verkoopruimten, terwijl afvoer plaatsvindt via toiletten, kleedruimten en andere minder schone zones.

Een goed ontworpen ventilatiesysteem creëert overdruk in schone ruimten en onderdruk in vuile ruimten. Daardoor beweegt de lucht automatisch in de gewenste richting en wordt de kans op verspreiding van verontreinigingen verkleind.

Meer aandachtspunten in de Hygiënecode

De Hygiënecode voor het Slagers- en Poeliersbedrijf bevat naast deze vier onderwerpen nog tal van voorschriften voor de bouwkundige inrichting en technische voorzieningen van een slagerij. Een goede kennis van deze eisen helpt bij het creëren van een werkomgeving waarin voedselveiligheid optimaal wordt ondersteund. 

Bron: Houwers