De vleessector maakt zich zorgen over een mogelijk uitzendverbod

1 juni 2026 Roos de Vos Mark Stebnicki/Pexels
Slachterijen en andere vleesverwerkende bedrijven proberen een mogelijk verbod op uitzendkrachten tegen te houden. Vanwege misstanden binnen de sector overweegt het kabinet maatregelen, schrijft de Telegraaf. Volgende week debatteert de Tweede Kamer hierover. Dit heeft gevolgen voor de vleessector, die veel met uitzendkrachten werkt. 

Bij varkenskopverwerker Wellink leeft de angst dat een dergelijk verbod het voortbestaan van het bedrijf in gevaar brengt, vertellen ze in een interview met de Telegraaf. “Ze spreken een paar woorden Nederlands of Engels, en verder Pools, Roemeens, Turks, Hongaars, Slowaaks of Portugees”, zegt Amouch, hr-manager en aandeelhouder, tegen de Telegraaf. “Ook hebben we een paar Oekraïners.” Volgens directeur Peter Pronk worden werknemers binnen Wellink goed behandeld. “Dat durf ik keihard te stellen, ondanks alle verhalen die de ronde doen over onze branche.”

Zorgvuldig voor de dag

Elke werkdag begint voor Bianca Loja om half zes ’s ochtends. Haar eerste taak is het controleren van de noodknoppen van de machines. Daarna, schrijft de Telegraaf,  kijkt ze of medewerkers zich houden aan de hygiëne- en veiligheidsvoorschriften: jassen moeten goed gesloten zijn, handen gewassen en haren afgedekt met een haarnetje.

Pas wanneer alles in orde is, kan het productieproces bij vleesverwerker F. Wellink Lekkerkerk starten. Dagelijks draaien drie productielijnen van zes uur ’s ochtends tot drie uur ’s middags, soms langer als er overwerk nodig is. Tijdens dit proces worden varkenskoppen zorgvuldig verwerkt, waarbij oren, neuzen en verschillende vleessoorten worden verwijderd.

Amouch begon ooit zelf met het uitbenen van varkenskoppen en bezit nu samen met andere leidinggevenden een deel van het bedrijf. Hij is verantwoordelijk voor circa 250 medewerkers. Ongeveer een derde daarvan heeft een vast contract; de overige werknemers zijn uitzendkrachten uit verschillende Europese landen. 

Kritiek op arbeidsomstandigheden

De vleessector ligt al langer onder een vergrootglas. Rapporten van onder meer de Commissie Roemer, vakbonden en de Arbeidsinspectie wijzen op onderbetaling, slechte arbeidsomstandigheden en een sterke afhankelijkheid van uitzendbureaus, vooral onder arbeidsmigranten.

Hoewel deze problemen niet uitsluitend voorkomen in de vleesindustrie, heeft de sector veel negatieve aandacht gekregen door meldingen van intimidatie, onterecht ontslag op staande voet en zelfs een dodelijk steekincident.

Volgens directeur Pronk hebben deze signalen geleid tot veranderingen binnen de branche. “We werken er als branche keihard aan om de situatie te verbeteren”, aldus Pronk tegen de Telegraaf. “Het is niet eerlijk dat wij, terwijl ze zoveel moeite doen, nu als kop van jut worden gebruikt.”

Vakbond deelt begrip en kritiek

Opvallend genoeg begrijpt ook vakbond CNV niet waarom de vleesindustrie specifiek wordt aangepakt. Henry Stroek, die binnen de vakbond arbeidsmigranten ondersteunt bij het opeisen van hun rechten, ziet vergelijkbare problemen in veel sectoren, schrijft de Telegraaf. Toch heeft Stroek twijfels over de aangekondigde verbeteringen binnen de sector. “Als ze zeggen dat ze voortaan 50 procent van de mensen in dienst nemen, neem ik dat met een korreltje zout”, zegt de CNV-bestuurder. “Dat laat zien dat ze nog steeds inzetten op zo goedkoop mogelijk werken. En dat ze mensen snel willen kunnen lozen.”

Pronk benadrukt dat Wellink juist veel investeert in goed werkgeverschap. “Wij werken met nog maar drie uitzendbureaus, die vertrouwen we”, zegt Pronk daarover. “Daar praten we vervolgens iedere zes weken mee. Dan horen we wie er weggaat en waarom en hoe het staat met de huisvesting van onze mensen.”

Steekproefcontrole

Ook Amouch controleert regelmatig of uitzendbureaus hun afspraken nakomen. “Dan vraag ik aan een medewerker of ik zijn loonstrookje mag zien. Ook ga ik kijken hoe ze wonen. En ik vraag echt vaak of iemand niet in dienst wil. Maar de meesten willen niet, ze willen iedere vijf of zes maanden terug naar hun familie. Voor hen is 24 vakantiedagen te weinig.”

Volgens Stroek zijn de argumenten van de sector niet altijd overtuigend, schrijft de Telegraaf. “Je kunt arbeidsmigranten gewoon een aangepast contract aanbieden. Dan kan dat wel.” Ook het idee dat arbeidsmigranten geen zelfstandige woonruimte kunnen betalen, noemt hij onjuist.

Over de WTTA

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) treedt op 1 januari 2027 in werking. Vanaf dat moment mogen uitzendbureaus en andere uitleners alleen nog arbeidskrachten ter beschikking stellen wanneer zij officieel zijn toegelaten tot de markt.

Voor KNS-leden die personeel inlenen, betekent dit dat zij moeten controleren of een uitlener staat geregistreerd in het openbare register van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). De Nederlandse Arbeidsinspectie start per 1 januari 2028 met de handhaving van de wet. Vanaf die datum kunnen ook inleners een boete krijgen wanneer zij zaken doen met een niet-toegelaten uitlener.

Met de WTTA wil de overheid misstanden op de uitleenmarkt aanpakken, de bescherming van werknemers versterken en een gelijk speelveld voor ondernemers creëren. Het is daarom raadzaam om tijdig na te gaan welke gevolgen deze nieuwe regelgeving heeft voor uw organisatie en hierop voorbereid te zijn.

Bronnen: De Telegraaf en KNS