Het is mogelijk voor bedrijven op tijd te anticiperen op deze veranderingen door nauwe relaties aan te gaan met toeleveranciers, toevoer uit het buitenland te halen of om te focussen op toegevoegde waarde in plaats van volume. Een krimpende veestapel biedt de bedrijven ook kansen om verder te verduurzamen. Minder dieren op het bedrijf geeft de mogelijkheid om in producten dierlijke- en plantaardige eiwitten te combineren.
Krimpende veestapel, stijgende prijzen
De krimp van de Nederlandse veestapel heeft als gevolg dat de prijzen van onder meer melk en vlees stijgen. De vraag naar vlees blijft hetzelfde, alleen het aanbod van vlees wordt lager. Dit is voor de boeren die overblijven een positieve ontwikkeling. Zij zien hun inkomsten stijgen. Een ander gevolg van de krimpende veestapel is het ontstaan van overcapaciteit bij vlees- of melkverwerkende bedrijven. Deze bedrijven komen onder druk te staan wanneer ze hun strategie en verdienmodel niet aanpassen.
Verwachtingen voor de zuivelfabrikanten
Met de daling van het aantal melkkoeien in Nederland verwacht de ABN AMRO dat ook het aantal zuivelfabrieken zal afnemen. Waar er nu nog 52 zuivelfabrieken zijn is de verwachting dat er over vijf jaar nog 48 zijn. Daarnaast zijn er meer dan 440 melkveehouders die aanvraag hebben gedaan voor de Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBv). De zuivelverwerkers verwachten niet dat regionale verschillen in melkaanbod problemen opleveren bij het verwerken van zuivel.
Slachterijen krijgen het zwaarder dan verwerkers
Naar berekeningen van de ABN AMRO zal het aanbod in de slachterijen met 15 tot 18 procent teruglopen. Krimpende veestapels van zowel runderen als varkens zorgen voor deze terugloop in de slachterijen. Deze slachterijen zijn ingericht om tegen een lage prijs grote hoeveelheden vlees te produceren. De marges op de productie zijn daarmee niet heel erg groot. Als de aanloop vermindert, blijven productielijnen stil staan en blijft er van de marge niets over.
Niet alle bedrijven zijn gevoelig
Het slachten, uitbenen en verwerken van vlees zijn functies die eenzelfde bedrijf kan uitvoeren. Ook komt het voor dat deze processen bij verschillende bedrijven in de keten zijn ondergebracht. Dit betreft bedrijven die hoofdzakelijk slachten en waarbij de karkassen vervolgens door verwerkers uitgebeend en verwerkt worden tot vleesproducten. Het uitbenen van karkassen is nog niet volledig geautomatiseerd en daardoor arbeidsintensief. Stijgende loonkosten door cao-afspraken drukken hierdoor substantieel op de winstgevendheid. Verwerkers proberen het gehele karkas zo volledig mogelijk te verwerken met minimaal snijverlies. Een volgende stap is meestal het portioneren van vlees voor horeca, retailers en de consument of producten voorgaren. Verwerkers, maar met name handelaren, halen hun vlees voor een steeds groter deel uit het buitenland. Er zijn bijvoorbeeld bedrijven die zich hebben gespecialiseerd in kwaliteitsvlees uit Zuid- Amerika of Zuid-Europa.
Bedrijven die meer bewerkingen uitvoeren zoals portioneren of voorgaren hebben meer mogelijkheden om hun producten aan te passen. Daarmee kunnen ze snel inspelen op veranderende wensen van supermarkten, horeca en consumenten. Hierdoor verwaarden ze hun productiecapaciteit zo optimaal mogelijk. Een enkel bedrijf kiest voor een open-kostprijsconstructie en alternatieve producten of dierhouderijconcepten, vaak in samenwerking met supermarkten. Zo zijn ze minder afhankelijk van de grillen in de markt, creëren ze een stabieler verdienvermogen en worden investeringen in duurzaamheid rendabel. Goede invriestechnieken helpen bij het omgaan met fluctuaties in aanbod en behouden de kwaliteit van producten.
Bron: ABN AMRO


