De sluitnaad als houdbaarheidsfactor
Een verpakking vleeswaren kan aan alles voldoen, het juiste gasmengsel, een passende folie, een strak etiket, en toch dagen houdbaarheid verliezen op een naad van een paar millimeter. De sluitnaad is de minst bekeken vierkante centimeter van de verpakking en tegelijk de plek waar houdbaarheid wordt gewonnen of weggegeven.
Een naad die er gaaf uitziet, kan een microlek bevatten dat met het blote oog onzichtbaar is. Het beschermende gasmengsel lekt weg, zuurstof dringt binnen en de klok van de houdbaarheid loopt sneller dan het etiket belooft.
Waar het misgaat in de naad
Vier oorzaken keren telkens terug. De eerste is vervuiling in de sealzone. Een spoor vet, eiwitvocht of een snipper product in de naad houdt de folielagen uit elkaar. De naad hecht om de vervuiling heen en laat een kanaal open van enkele tienden van een millimeter, ruim genoeg voor gasuitwisseling. De tweede is de sealtemperatuur. Te koud en de seallaag versmelt niet volledig, te heet en de laag verbrandt, wordt bros en scheurt bij de eerste druk op de verpakking. Afhankelijk van de folie ligt het werkgebied grofweg tussen 120 en 180 graden, en tien graden afwijking kan het verschil zijn tussen een dichte en een zwakke naad. De derde oorzaak is snelheid. Wie de lijn opvoert, verkort de tijd die de naad krijgt om te versmelten en af te koelen, en vergroot de kans dat er product door de sealzone beweegt op het moment van sluiten. De vierde is de folie zelf. Vette producten vragen een seallaag die door een vetfilm heen hecht, en een andere folieleverancier betekent opnieuw instellen, ook als de rollen er identiek uitzien.
Herkennen voordat de klant het merkt
In het schap verraadt een lek zich pas laat: een slappe of juist bolle verpakking, verkleuring, geur bij het openen. Dan ligt het product al bij de klant en is de schade geleden. Binnen het bedrijf is het eerder te vangen met twee eenvoudige controles. De eerste is de lektest: de verpakking onder water of in een vacuümkamer, waar een bellenspoor de plek van het lek direct aanwijst. De tweede is de restzuurstofmeting. Een verpakking onder gasmengsel hoort direct na het verpakken op 0,3 tot 0,5 procent restzuurstof te zitten, in elk geval onder 1 procent. Meet dezelfde verpakking 24 tot 48 uur later opnieuw: staat de waarde dan op 2 of 3 procent, dan is er een lek, hoe gaaf de naad er ook uitziet. Wie per charge aan het begin, in het midden en aan het einde meet, en extra na elke foliewissel of formaatwissel, vangt vrijwel elk structureel probleem voordat de eerste doos de deur uit is. Bij vacuümverpakkingen geldt hetzelfde principe in eenvoudiger vorm: folie die na een dag los op het product ligt, vertelt genoeg.
Wat een microlek kost
Reken het door voor een lijn die 10.000 verpakkingen per week draait. Twee procent lekke naden is 200 verpakkingen. Tegen een kostprijs van 2,50 euro per verpakking is dat 500 euro per week, ruim 25.000 euro per jaar, en dan is het product nog binnenshuis gebleven. Vervelender is het lek dat het schap haalt. Gesneden vleeswaren onder gasmengsel halen 15 tot 25 dagen houdbaarheid; met een microlek is de kleur na een week om en volgt de klacht, de retour of de afschrijving bij de afnemer. Elke dag houdbaarheid die de naad weggeeft, is schapruimte en omzet, en supermarkten rekenen daar hard op af. Wie twee keer in een kwartaal een terughaalactie op zijn naam heeft staan, praat bij de inkoper niet meer over de prijs maar over het contract.
Op een verticale lijn is de naad een instelling per product
Veel vleeswarenbedrijven verpakken blokjes, reepjes, gehakt en gemarineerde producten in zakken die op een verticale machine worden gevormd, gevuld en gesloten. Op zo een lijn maakt de sealbalk in dezelfde beweging de bovennaad van de ene zak en de bodem van de volgende, terwijl het product langs de sealzone valt. Juist daarom luistert de afstelling zo nauw. Temperatuur, sealtijd en aandrukkracht moeten per product en per folie worden ingesteld, en de dosering moet zo getimed zijn dat er niets door de sealzone valt op het moment van sluiten. Gehakt vraagt een andere afstelling dan reepjes kipfilet, en een gemarineerd product weer een andere dan een droog product.
Dat afregelen is geen eenmalige fabrieksinstelling maar onderdeel van de inbedrijfstelling, en het moet opnieuw gebeuren bij elke nieuwe folie en elk nieuw artikel. Vraag er bij een proefopstelling daarom altijd om dat er met uw eigen product en uw eigen folie wordt gedraaid; verticale verpakkingslijnen van Forstan worden bijvoorbeeld per product, folie en gasmengsel ingeregeld voordat ze in productie gaan. Leg de gevonden instellingen daarna vast per artikel, zodat een omgestelde lijn nooit op de waarden van het vorige product draait.
Geef de naad een vaste plek in de kwaliteitsronde
De sluitnaad verdient dezelfde aandacht als de receptuur en de koeling. Neem de restzuurstofmeting en een steekproefsgewijze lektest op in de dagelijkse kwaliteitsronde, leg sealinstellingen per artikel vast en leer de mensen aan de lijn een verdachte naad herkennen aan plooien, insluitingen en verkleuring. Een restzuurstofmeter kost enkele duizenden euro’s en verdient zich bij de eerste voorkomen terughaalactie al terug. Wie de naad behandelt als houdbaarheidsfactor in plaats van als sluitstuk, houdt langer kleur, langer omzet en een tevreden afnemer.


