Vaktechnisch specialist Paul van Trigt zei het op de bijeenkomst van het Worstmakersgilde zo mooi in de overvolle zaal met vakslagers. 'De ambachtelijke slager verkoopt iets van zichzelf'. Een slager die zijn eigen producten maakt en verkoopt, waarin zijn zorg en aandacht zijn verwerkt, verkoopt inderdaad iets van zichzelf. Hij verkoopt zijn liefde voor het vak, zijn vakkennis, zijn passie.
Het zijn producten die zich onderscheiden omdat er iets persoonlijks aan is toegevoegd. Dat proeft de consument! Voor elke slager is het misschien vanzelfsprekend, maar niet voor elke (potentiële) klant. Met andere woorden: profileer je als slager zo. Want behoor je tot dat ambachtsgilde, dan geeft dat ook een verplichting. Vakkennis behouden, overdragen en uitstralen!
Een ambachtsman of -vrouw wordt te weinig gewaardeerd door de Nederlandse samenleving. Misschien moeten de ambachtslieden ook wel wat meer van zich laten horen. Zoals ooit, eens lang geleden, de vakgilden dat deden. Voor de gildemeesters was respect. Nu is dit iets uit een lang vervlogen tijd. Maar het lijkt dat daarmaa ook respect en waardering voor het ambacht verdwenen is. En dat moet terugkomen. Dat kan ook, kijk naar de waardering in Duitsland en België voor het ambacht.
Het Worstmakersgilde had een geweldig en inspirerende bijeenkomst. Met zoveel collega's om je heen voelt dat goed. Dat stimuleert. Geeft zelfvertrouwen. Uiteindelijk vertaalt zich dat naar het plezier in het werk. Een factor dat wel eens wordt onderschat.
Vakmensen met passie voor hun werk hebben ook plezier in hun werk. Daarmee interesseer je ook jongeren voor het vak. Het slagersvakmanschap moet worden behouden en mag niet overgaan in een industrieel proces. Daarmee is de vleesindustrie ook niet gediend.
Harrie Leijten
Deze column verscheen in Vleesmagazine van februari 2011. Neem nu een abonnement»





