Johan van Uden begaf zich 25 januari in het hol van de leeuw. De tweevoudig winnaar van de verkiezing Slagerij vanhet Jaar was naar kasteel Woerden gekomen om de lancering van Het Planeet bij te wonen. Niet om het initiatief van de producenten van vleesalternatieven te ondersteunen, maar juist om een tegengeluid te laten horen.
De Heemstedenaar kwam volvleesproducten promoten. Waar bijna alle aanwezigen hoog opgaven van hybride (deels vlees, deels plantaardig) producten of volledige vegetarische varianten, gruwt Van Uden bij de gedachte. ‘Een bal die bestaat uit 70 procent vlees en 30 procent plantaardige elementen mag je geen gehaktbal noemen. Over de ruggen van de slager wordt de naam van de gehaktbal en hamburger hier misbruikt,’ zei hij tegen wie het maar wilde horen.
Het moet hem pijn hebben gedaan dat bij een smaaktest volvleeshamburgers het aflegden tegen met plantaardige bijmenging gemaakte hamburgers. En dan is de test nog wel uitgevoerd door echte vleeskenners. Maar even later kon Van Uden opgelucht ademhalen. De gehaktbal, van 80 procent kalfsvlees en 20 procent kinnebak, die de bloedfanatieke slager presenteerde aan de jury, won overtuigend van een bal met bijgemengde Zeeuwse tarwe.
KNS-directeur Peter Hoogenboom, ook in Woerden van de partij, was het eens met Van Uden, maar nuanceerde de uitspraak wel. Hij vindt dat slagers hun ogen niet kunnen sluiten voor de opmars van vleesvervangers. ‘Er ontstaan tekorten van eiwitten op wereldschaal, daar kunnen we niet omheen. Maar het stoort me wel als er wordt gedaan alsof hier écht vlees wordt gepresenteerd. Want dat is natuurlijk niet het geval,’ zei Hoogenboom.
De ergernis bij de voorman van de landelijke slagersorganisatie en bij Johan van Uden is begrijpelijk. Toch zullen zij ook hebben vernomen dat in de leeftijdscategorie van 18 tot 34 jaar vleesvervangers meer en meer worden geaccepteerd. Intomart GfK heeft het onderzocht. En als de smaak dan ook nog verbetert, moet de slager misschien maar uit zijn schulp kruipen en een klein deel van de toonbank inruimen voor deze - voor sommigen nog steeds verderfelijke - producten. Het kan de omzet een impuls geven.
Edwin Rensen.
Dit commentaar verscheen eerder in Vleesmagazine van februari 2012.






