Wanneer wij als vakblad voor de slagers- en vleessector melden dat De Vegetarische Slager €10.000 wint als meest inspirerende duurzame ondernemer, wekt dat irritatie. Dat bleek op 26 september toen we hierover publiceerden op onze website en de reacties binnenstroomden.
‘Ook gaarne een donatie aan de échte slager die elke morgen vroeg in touw is, in de kou werkt en liefde voor het vak heeft.’ Of: ‘Die man is geen slager en het moet verboden worden dat hij onze trotse ambachtsnaam misbruikt.’ Ook kritiek op de redactie: ‘Triest dat een vakblad aandacht geeft aan een groenteboer.’ Begrijpelijk dat een stuk promotie van een ondernemer die louter vleesvervangers in de vitrine heeft liggen, de woede wekt van de ambachtelijke slager én de vleesindustrie waar de ontwikkelingen met argwaan worden gevolgd. Dit type ondernemer kan immers een héél vervelende concurrent worden wanneer de producten smakelijk blijken te zijn. Tóch kunnen ook wij niet om de trend heen. Iedereen is het er inmiddels wel over eens dat door de groeiende welvaart wereldwijd de consumptie van dierlijke eiwitten toeneemt. Waar opkomende economieën de behoefte hebben aan consumptie van meer dierlijk eiwit, loopt het westen tegen de grenzen van het systeem aan.
Vleesmagazine constateert dat er slagers zijn die meegaan in de maatschappelijke ontwikkelingen. En niet de minste. Arno Wapenaar, winnaar van de verkiezing Slagerij van het Jaar 2008, werkt samen met Jaap Korteweg (De Vegetarische Slager) en heeft vleesvervangende producten in de toonbank liggen. In het oktobernummer van Vleesmagazine een artikel over bijgemengd vlees. Meatless uit Goes maakt plantaardige producten waarmee vlees ‘bijgemengd’ kan worden. Het gaat goed met het bedrijf, want ook de consument verandert. Zo lijkt de opmars van de flexitariër niet te stuiten; iemand die minimaal een dag per week vlees vervangt door een plantaardig alternatief. Iets waar de branche, en wij dus ook, rekening mee te houden heeft. Maar wij beloven u: berichtgeving over écht vlees zal het altijd winnen. Maakt u zich geen zorgen.
Dit commentaar verscheen eerder in Vleesmagazine van oktober 2011.






