'Leegloop op vmbo', kopte het Algemeen Dagblad eind augustus. 'Het afvoerpuntje van het onderwijs', schreef De Telegraaf over dezelfde schoolopleiding. Het beroepsonderwijs in het slop: het aantal vmbo-leerlingen is dramatisch gedaald van 35.000 in 2005 naar 21.000 nu. En voor veel van die 21.000 leerlingen is vmbo een tweede keus, noodgedwongen, omdat ze op de havo niet mee kunnen.
Hoe komen wij de komende jaren aan voldoende, vakbekwame en gemotiveerde slagers? SVO verricht veel inspanningen om de vakopleiding onder de aandacht van jonge mensen te brengen. Maar het levert té weinig op. Doen we het dan wel goed genoeg?
Een andere vraag: wat doet het vmbo zelf aan zijn zeer negatieve imago? Ouders schrikken als hun kind naar het vmbo wil. Zij denken dat hun kinderen met een vmbo-opleiding kansloos zijn op de arbeidsmarkt en voor een goed inkomen. Onvoorstelbaar dat dat idee nog steeds leeft.
En dan kunnen SVO of de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie (KNS) wel investeren in werving, als het spoor dood loopt op de vmbo-school, hebben die investeringen geen zin. Dan wordt het ambacht, net als de industrie nu, over een paar jaar geheel afhankelijk van buitenlandse jonge mensen. Voor de industriële verwerking van het vlees is dat geen probleem. Voor de ambachtelijke bedrijfstak wel als het opvolgingsvraagstuk wordt meegenomen.
De verdere leegloop van het vmbo heeft rampzalige gevolgen voor alle sectoren die afhankelijk zijn van vakmensen: mensen die wat met hun handen kunnen maken. Het klinkt dramatisch, maar het is wel zo. De ambachtelijke branches hebben begin deze maand gezamenlijk een start gemaakt. Nu het vmbo nog. Dat zal er hard aan moeten trekken om het imago te verbeteren.
Harrie Leijten






