Houdt het nooit op? Dat was het eerste wat ik dacht bij het zien van de undercoverfilmpjes van (weer) een nieuwe actiegroep, nu met de naam Ongehoord. Opnieuw leidt dat tot imagoschade van het varkensvlees.
Die filmpjes waren vorige maand te zien. Ze kregen veel media-aandacht. Ja, er was dierenleed te zien. Niet ver weg, in Indonesië bijvoorbeeld. Neen, heel dicht bij huis. Zelfs bij de grootste pleibezorgster van de diervriendelijke stallen.
Uitvergroot. Dat wel. En het geeft heel eenzijdig beeld. Ik vind het ongehoord dat op deze wijze zo ongenuanceerd een sector willens en wetens in een kwaad daglicht wordt gezet.
Net als mensen worden ook varkens ziek, raakt er wel eens één kreupel of gewond. En dat leidt niet tot 'leuke' beelden. Zoals ook de beelden van ernstig zieke of gewonde mensen niet leuk zijn om te zien.
Maar de zeer eenzijdige beelden wekken de indruk dat zelfs varkenshouders met een diervriendelijk keurmerk er een potje van maken. Met andere woorden: wat is de waarde van dat keurmerk nog? Dat vragen consumenten zich af. 'Ik ga minder vlees eten', schreef een AD-lezer als reactie op de beelden van Ongehoord.
De varkenssector (en dus het varkensvlees) wordt in een verdomhoekje geplaatst waar het niet thuishoort. Maar wat moet je er als slager of slagersafdeling mee? Want de consument heeft vragen, negeert misschien wel het varkensvlees. Er is inderdaad opnieuw veel aan de consument uit te leggen. Uitleggen dat het keurmerk geen farce is, dat er wel degelijk aandacht is voor het welzijn van de dieren, en dat het dier met de meeste zorg en aandacht is geslacht.






