DEN HAAG - Vlees is in 20 jaar veel magerder geworden. Tegelijkertijd is het vet in vlees tegenwoordig van een hogere voedingskundige kwaliteit: het bevat meer onverzadigde vetzuren.
Dat blijkt uit een groot voedingswaardeonderzoek van TNO Kwaliteit van Leven in opdracht van het Productschap Vee en Vlees. De onderzoeksresultaten zijn ter beschikking gesteld aan het RIVM en worden meegenomen in het nieuwe Nederlandse Voedingsstoffenbestand (NEVO), dat medio juni 2011 verschijnt. In 2010 heeft de Commissie Vleesindustrie van het Productschap Vee en Vlees (PVV) aan TNO Voeding gevraagd de voedingswaarde van vlees opnieuw te analyseren. Bestaande gegevens stamden uit 1991.
De vleessector had de positieve ontwikkelingen verwacht. Zowel de veehouderij als de vleessector heeft de vraag van de consument naar mager(der) vlees beantwoord. Ook bij bereide producten is een verschuiving naar minder verzadigd vet zichtbaar. Hier speelt mee dat de samenstelling van gebruikte bak- en braadproducten anders is geworden.
TNO heeft 40 typen varkens-, rund- en kalfsvlees onderzocht. Het gaat om niet bereide en om bereide type producten. De meeste producten waren al opgenomen in de NEVO-tabel, maar er zijn ook producten onderzocht die nog niet in de NEVO-tabel voorkwamen.







