DEN HAAG - Drie ondernemingen krijgen geld van het kabinet voor de ontwikkeling van duurzame stallen voor koeien en varkens. Staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw en Innovatie) geeft hen 1,5 miljoen euro, liet een woordvoerder van het ministerie weten.
De stallen moeten zogenoemd integraal duurzaam zijn, wat betekent dat het dierenwelzijn, de diergezondheid en het milieu er wel bij moeten varen en dat de productie economisch rendabel moet zijn. Het gaat om drie typen, twee voor varkens en een voor melkkoeien.
Klimaatsturing
Varkenshoudster Marijke Nooijen uit Aarle-Rixtel bouwt een varkensstal die uitgaat van de behoeften van het varken en van de wensen uit de maatschappij. De stal past in het landschap en de varkens zijn zichtbaar voor de omgeving. Bijzonder zijn een verplaatsbaar kraambed, een toilet voor de varkens, slimme klimaatsturing en het ontbreken van de uitstoot van schadelijke gassen. De biggen blijven op het bedrijf tot ze naar de slacht gaan.
De tweede onderneming specialiseert zich naast stalontwerp ook in een combinatie van een mestband en een vergister, die mest en urine omzet in duurzame energie. Het Starplusconcept is bedacht door enkele bedrijven samen met het Varkens Innovatie Centrum Sterksel van Wageningen Universiteit.
Wroeten
De hokken in dit ontwerp bestaan uit een ruimte waar de varkens kunnen wroeten, een stal met daglicht en een koelere zone. Het stimuleert ook het natuurlijke mestgedrag in de mestruimte boven de mestbanden. De warmte uit de vergister gaat naar de jonge biggen en naar het verwerken van de urine tot kunstmest. De restanten van de maïs waarin de varkens kunnen wroeten en waarvan zij kunnen eten gaat ook naar de vergister.
Het derde ontwerp is een stal waarin koeien vrij rondlopen en die aan verschillende kanten open is. De bodem bestaat uit gedroogde mest. De koeien kiezen zelf het moment waarop zij gemolken willen worden. Ze lopen dan naar een van de drie melkrobots. Onderzoek moet uitwijzen wat de uitstoot aan ammoniak is en welke maatregelen dat kunnen verminderen.
Bron: ANP





