DEN HAAG - Vers pluimveevlees dat niet van Nederlandse herkomst is, komt voor 80 procent uit België of Duitsland. Volgens het Nederlandse bedrijfsleven wordt in die landen salmonella en campylobacter bestreden op een niveau vergelijkbaar met dat in Nederland.
Dat concludeert het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in een rapport. Het LEI deed het onderzoek in opdracht van het ministerie van LNV omdat de overheid op termijn de verkoop van besmet pluimveevlees wil verbieden en geïmporteerd vers vlees daarbij een risico vormt. De Nederlandse overheid kan immers geen toezicht houden op de productie- en hygiënemaatregelen in het buitenland.
De door het LEI geraadpleegde Nederlandse bedrijven vinden het bestrijden van salmonella en campylobacter belangrijk. Naar hun oordeel doet Nederland het goed in vergelijking met het buitenland. De maatregelen die nu worden toegepast, zijn volgens hen echter nog onvoldoende om de overheidsvoornemens binnen de beoogde tijd te kunnen realiseren. Zo is voor salmonella de periode tussen test en uitslag nog te lang en ontbreekt voor campylobacter een goede bestrijdingsmethodiek.
Volgens rapport komt overigens het meeste pluimveevlees in de winkel van Nederlandse bodem.





